1-677-124-44227

info@yourbusiness.com

184 Main Collins Street | West victoria 8007

Follow us On Instagram

Lorem ipsum proin gravida nibh vel velit auctor alique tenean sollicitudin, lorem quis.
Top

Voedingsadvies geven, voedingseducatie verzorgen of beide?

Auteur: Azmi Alubeid

Welke taak past meer bij bewegingsagogie was de vraag van de POLL op Facebook. En jullie antwoord was als volgt:

Van de 42 stemmen heeft

“24% op voedingsadvies geven gestemd & 76% op voedingseducatie verzorgen”

Hieruit is de volgende kanttekening gemaakt: “De bewegingsagoog doet niet aan voedingsadvies geven of voedingseducatie verzorgen. De bewegingsagoog is een beweegprofessional en wij moeten ons vooral wegzetten als beweegprofessionals. Als we een blijk geven dat we overal verstand van hebben dan wordt het vak bewegingsagogie ongeloofwaardig.”

En daarom heb ik besloten om hier een post aan te wijden.

Ik zal een poging wagen om een aantal vragen te beantwoorden die te maken hebben met bekwaamheden en competenties van een (startend) bewegingsagoog op het gebied van gezondheid en specifiek op het gebied van voeding.

1: De Bewegingsagoog is in essentie een trainer en een coach die kennis heeft van agogische vaardigheden.

De bewegingsagoog houdt zich bezig met het activeren en betrokken houden van kwetsbare mensen door leefstijl interventies te implementeren. Het ultieme doel van een bewegingsagoog is het creëren en in stand houden van een gezonde en een sterk gewortelde beweegcultuur waarbij de betrokkenheid van kwetsbare mensen optimaal benut wordt, met het oog op meer vitaliteit en welzijnsbevordering. Zo is een bewegingsagoog in staat om preventief te handelen, care processen te handhaven en te monitoren. En behandelingen waar cure centraal staat te ondersteunen en te intensiveren. (Bewegingsagoog SB 4, 2009, pp. 57, 64) Zie ook (Sietsma, dsr.L.W. Betekenis van bewegen in de revalidatie, 1997)

2: De bewegingsagoog speelt in op welzijnsbedreigingen zoals  lichamelijk welzijn, geestelijk welzijn, materieel welzijn, sociaal welzijn en cultureel welzijn  (Bewegingsagoog SB 4, 2009, p. 160). De beïnvloedingscirkel van de bewegingsagoog  binnen deze bestaansvelden is afhankelijk van zijn niveau. Aan de hand van welzijnsbedreigingen kan de bewegingsagoog werkzaam zijn bij: Revalidatie centra, verstandelijk gezondheidszorg, psychiatrie, speciaal onderwijs, gevangenissen, asielzoeker centra, achterstandswijken etc, (Bewegingsagoog SB 4, 2009, p. 161)

3: De bewegingsagoog heeft kennis van gezondheid thema’s waaronder voeding.

Voeding: de bewegingsagoog  is op de hoogte van verstandige voeding, voedingstoffen, voeding energie en lichaamsgewicht en voeding voor sporters. Zie (De sportleider als trainer-coach, 2008, P. 72) wat een verplicht vak is voor de opleiding sport en bewegen coördinator niveau 4. Dit betekent dat er na is gedacht over de kennis die een bewegingsagoog hoort te weten.

4: De bewegingsagoog is geen diëtist  en niet gespecialiseerd in sport-voedingsadviezen.

De bewegingsagoog is geen diëtist en niet gespecialiseerd in sport-voedingsadviezen. Bij vraagstukken die te maken hebben met persoonlijke advies zoals screening op allergieën of bij  stofwisseling stoornissen zoals Diabetes mellitus verwijst de bewegingsagoog zijn deelnemers door naar een diëtist. Met andere woorden bij persoonlijke adviezen en pathologie verwijst de bewegingsagoog altijd door naar een deskundige. Het wijzen op belang van gezonde voeding in algemene richtlijnen valt onder de taak van de bewegingsagoog. Het creëren van een gezonde (beweeg) cultuur vraagt immers meer dan alleen sporten en bewegen (De sportleider als trainer-coach, 2008, P. 31) 

5:De bewegingsagoog is bekwaam op het gebied van contra-indicaties.

Het feit dat een bewegingsagoog expliciete kennis heeft over gezondheid betekent niet dat de bewegingsagoog in staat is om gerelateerde gezondheidsproblemen te behandelen. Wel is het heel belangrijk voor de bewegingsagoog om op de hoogte te zijn van contra-indicaties oftewel risicovolle handelingen. Ik zal een voorbeeld geven binnen het bestaansveld bewegen (motorisch niveau) om vervolgens dit terug te koppelen aan voeding.

6:De fysiotherapeut analogie. 

Bij een gebroken heup zou je attent moeten zijn op welke bewegingen je wel en niet mag uitvoeren, zo zal je er in overleg met een fysiotherapeut achter komen dat na een kop-halsprothese of totale heupprothese je voor specifieke complicaties zoals luxatie moet waken. Je krijgt dan instructies ter preventie van luxatie afhankelijk van de benaderingswijze van de heup tijdens de operatie. Zo dien je als bewegingsagoog je trainingsschema (beweegaanbod) aan te kunnen passen oftewel differentiëren.

Bijvoorbeeld bij de ASI methode (anterior supine intermusculair) gelden de volgende contra-indicaties.

ASI methode: wordt ook wel de voorste benadering genoemd. Deze benadering heet de voorste benadering, omdat de heup via de voorzijde van het gewricht wordt geopend. Als bewegingsagoog dien je  de volgende bewegingen te vermijden: exorotatie, abductie en (hyper-)extensie. Bij een achterste benadering vermijd je de volgende bewegingen: endorotatie, adductie en flexie >90°. Bij laterale benadering vermijd je vooral adductie (Richtlijn Behandeling van de proximale femurfractuur bij de oudere mens heelkunde.nl ). Zonder inhoudelijke anatomische en fysiologische kennis zou je deze contra-indicaties niet kunnen handhaven. 

7: Nazorg, de bewegingsagoog is instaat om het revalidatie traject te intensiveren binnen een klinische omgeving. Maar ook rehabilitatie behoort tot het werkveld van de bewegingsagoog.

Vaak krijg je heldere instructies van de fysiotherapeut, echter de bewegingsagoog kan ook ingeschakeld worden nadat een patiënt met ontslag is. Bijvoorbeeld als de patiënt gelijk na ontslag opgenomen wordt in een verpleeghuis of de patiënt een trouwe deelnemer is bij een dagbesteding waar jij als bewegingsagoog een beweegprogramma verzorgt. Dit zijn situaties waarin de overdracht vaak minimaal is. Daarom wordt er van de bewegingsagoog tijdens de anamnese verwacht om de stoornis of beperking van de deelnemers in kaart te brengen. Ook wordt er verwacht dat een bewegingsagoog doelgroep specifieke kennis op doet ten gunste van zijn werkveld.

Voor de bewegingsagoog is het belangrijk om er rekening mee te houden dat in de vroege fase na ontslag (met of zonder operatie), er nog veel weefsel beschadigd is en zal moeten herstellen. Gebruik van grote bewegingsuitslagen en/of grote weerstanden is in het begin dus niet verstandig. In de eerste 6-8 weken zal daarom vooral functioneel geoefend moeten worden . Conclusie: een bewegingsagoog heeft een brede en specialistische kennis van begrippen en modellen van anatomie en fysiologie in relatie tot zijn werkzaamheden. zie (Coördinator sport- en bewegingsagogie  (Crebonr. 25412) Document Kwalificatiedossier mbo Sport en Bewegen.

Casuïstiek kracht-training & voldoende eiwitten?

Hieronder heb ik een casuïstiek beschreven waarbij kennis die een bewegingsagoog nodig heeft op het gebied van voeding om zijn deelnemers verantwoord te kunnen begeleiden.

Je bent werkzaam binnen een verpleeghuis setting, een nieuwe opname vindt plaats en jij wordt ingeschakeld om de desbetreffende bewoner te activeren. Dhr. heeft geen indicatie voor fysiotherapie omdat er geen sprake is van fysiopathologie. Dhr. loopt zelfstandig met een rollator en is  val-gevaarlijk. Dhr. is altijd mager geweest en je besluit om Dhr. te voorzien van een kracht-training gericht op val-preventie, aangezien dhr. duidelijk aan krachtverlies lijdt. Dit heb je als bewegingsagoog vastgesteld door een submaximaal kracht test, 10 meter looptest en de berg balance scale.

Je ziet de bui al aan komen, om kracht training  gericht op val-preventie te geven moet je instaat zijn om de principes en voorwaarden van in dit geval (kracht training) te kennen en toe te kunnen passen. Zo zou je rekening moeten houden met de verschillende vormen van kracht training. We onderscheiden er vijf: maximale kracht, explosieve kracht, snel kracht, kracht uithoudingsvermogen en hypertrofie. Aan de hand van je doel ga je rekening houden met de prikkelintensiteit, prikkelduur, uitvoering, prikkelomvang, prikkelpauze, training frequentie en we kunnen er niet omheen “voeding”.  Kracht-training (spierschade) eist herstel door rust (goede slaap hygiëne) en bouwstoffen of te wel macronutriënten.

Macronutriënten zijn voedingstoffen (eiwitten, koolhydraten & vetten ) die calorieën of energie leveren aan het lichaam. Het lichaam heeft nutriënten nodig voor groei, energie en andere lichaamsfuncties. Macronutriënten zijn de nutriënten die we in grote hoeveelheden nodig hebben, macro betekent immers groot.

Conclusie: als beweegprofessional heb je kennis van trainingwetmatigheden zoals individualiteit, overload, specificiteit, reversibiliteit, continuïteit, verminderde meeropbrengst & cyclische organisatie (periodisering) (De sportleider als trainer-coach, 2008, P. 350). Het heeft geen zin om kracht training in te zetten zonder dat je het voedingspatroon van je deelnemer in kaart hebt gebracht.

Ook hierbij geldt dat je kennis van voeding moet hebben zodat je dit af kunt stemmen met de diëtist. Heb je geen kennis van voeding, dan zal je de diëtist ook niet tijdig kunnen raadplegen. Het adviseren van 0.8 – 1.2 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht voor een volwassen persoon valt binnen het takenpakket van een bewegingsagoog. Het adviseren bij een voedingsstoornis, bijvoorbeeld ter preventie van sarcopenie wordt een inname van 1,2 – 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag , verdeeld over de 3 maaltijden (Morley, 2008) valt weer buiten het takenpakket van de bewegingsagoog.

“Het zoeken naar iets wat je niet kent is best lastig”

Mijn argument is als volgt als je kennis m.b.t trainingwetmatigheden beheerst en je hebt kennis om contra-indicaties op het gebied van fysiopathologie te begrijpen, dan zou je ook kennis moeten hebben van voeding en contra-indicaties bij voedingsstoornissen. Welke consequenties zijn er voor je trainingen en begeleidingen bij cliënten met diabetes mellitus, sarcopenie, negatief zelfbeeld bij overgewicht en de lijst is onuitputtelijk.

De bewegingsagoog werkt nou eenmaal met kwetsbare doelgroepen, het is voor kwetsbare mensen net zo belangrijk om optimaal begeleid te worden als voor minder kwetsbare mensen.

En dat betekent niet dat een bewegingsagoog overal verstand van heeft maar hij heeft adequate kennis m.b.t. algemene richtlijnen en contra-indicaties nodig om verantwoord zijn werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

Zie ook:

Bewegingsagogie binnen de psychogeriatrie

Training en Parkinson: implicaties van motorisch leren