1-677-124-44227

info@yourbusiness.com

184 Main Collins Street | West victoria 8007

Follow us On Instagram

Lorem ipsum proin gravida nibh vel velit auctor alique tenean sollicitudin, lorem quis.
Top

Blog

Het antwoord is ja, en dat moeten we verantwoorden hoe je dat doet heb ik voor je uitgezocht!

Auteur: Azmi Alubeid

In dit artikel streef ik ernaar om de volgende vragen te beantwoorden:

1:Wat is wettelijk toegestaan als het gaat om de titel bewegingstherapie?

2:Behoort bewegingsagogie tot bewegingsgeoriënteerde therapieën of behoort bewegingstherapie tot de bewegingsagogische strategieën? kip en ei verhaal 😉

3:Hoe verantwoorden we bewegingstherapie binnen de bewegingsagogie op MBO niveau?

Een tijdje geleden heb ik een artikel geschreven “Bewegingsagogie binnen de psychogeriatrie” met de intentie de lezer te voorzien van een globale schets over de doelgroep en de werkzaamheden van de bewegingsagoog binnen de psychogeriatrie. In mijn artikel heb ik het gehad over verschillende onderwerpen waar onder het volgende: wanneer is er indicatie voor bewegingsagogie? het antwoord is als volgt:

De bewegingsagoog levert door middel van beweginsgagogisch(e) onderzoek een bijdrage aan het multidisciplinair behandelplan. De inzetbaarheid van de bewegingsagoog kunnen we verdelen in drie domeinen (De Bie, M. 2015, Sociale agogiek).

Domein een is Ex-agogiek en hieronder valt het tegemoetkomen van sociale, cognitieve, motorische en gedragsmatige problematiek. Dit is een behandeling en cure staat hierbij centraal. Cure is het komen tot genezing en bevordering van herstel, de bewegingsagoog is vakbekwaam op het gebied van contra indicaties.

Domein twee is An-agogiek en hieronder valt het preventief handelen en het verbeteren van de standaardsituatie. De start situatie wordt als niet problematisch ervaren. Dit is een training en coaching vorm waarbij het stimuleren van gezondheidsbevorderend gedrag centraal staat. Dit kan met en zonder indicatie.

Domein drie is kat-agogiek en hieronder valt het stabiliseren van de bestaande situatie. De schade is onomkeerbaar en ontplooiingsmogelijkheden zijn beperkt, Dit is een begeleidingsvorm en care staat hierbij centraal. Care is het adequaat monitoren en handhaven van de status Quo.

Voornamelijk domein één is curatief van aard en dat betekent dat de bewegingsagoog op dat moment een mede-behandelaar is. De andere domeinen zijn meer preventief en begeleidend van aard.

Dit betekent dat je als bewegingsagoog therapeutische behandelplannen kan intensiveren door middel van bewegingsagogie, maar wat heeft bewegingstherapie hiermee te maken?

1:Wat is wettelijk toegestaan als het gaat om de titel bewegingstherapie?

Laten we starten met het definiëren van de begrippen.

Therapie: het methodisch behandelen van ziekten of de verlichting van symptomen.

Therapeut: is een persoon die zich richt op het behandelen van lichamelijke of psychische klachten en gebruikt daarbij een bepaalde behandelmethode en genezingsmethode.

Bewegingstherapie: Is een parapluterm voor bewegingsgeoriënteerde therapieën. En daarmee  wordt getracht door middel van bewegingsactiviteiten de handelingscompetentie te vergroten en oplossingsstrategieën aan te leren en/of te vergroten.

Bewegingsagogie: Het methodisch hanteren van bewegingsagogische strategieën en agogische vaardigheden, met het oog op intentionele beïnvloeding van bewegingsgedrag bij een individu of een groep. Gericht op een wenselijk geachte wijziging van biopsychosociale problematiek waarbij de betrokkenen de wijziging als welzijnsbevordering ervaren.

Wat zegt de wet hierover?

Met uitzondering van enkele therapeutische beroepen, is de term therapeut in Nederland  onbeschermd. In Nederland is wettelijk bepaald welke zorgverleners een beschermde titel mogen gebruiken. Dit staat in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De wet regelt de bescherming van beroepstitels en opleidingstitels van beroepen in de gezondheidszorg.

In de Wet BIG staan 9 medische beroepen waarvan de beroepstitel wordt beschermd van deze 9 beroepen zijn onder meer de opleidingseisen wettelijk vastgelegd. Dit worden ook wel artikel 3-beroepen genoemd. Naast de beschermde beroepstitels kennen wij ook de wettelijk beschermde opleidingstitels en die hoeven zich niet in te schrijven in een wettelijk register.

Beschermde beroepstitels 

  1. Arts
  2. Tandarts;
  3. Apotheker;
  4. Gezondheidszorgpsycholoog;
  5. Psychotherapeut;
  6. Fysiotherapeut;
  7. Verloskundige;
  8. Verpleegkundige;
  9. Physician assistant.

Beschermde opleidingstitels 

  1. Apothekersassistent
  2. Diëtist
  3. Ergotherapeut
  4. Huidtherapeut
  5. Klinisch fysicus
  6. Logopedist
  7. Mondhygiënist
  8. Oefentherapeut Cesar
  9. Oefentherapeut Mensendieck
  10. Optometrist
  11. Orthoptist
  12. Podotherapeut
  13. Radiodiagnostisch laborant
  14. Radiotherapeutisch laborant
  15. Tandprotheticus
  16. Verzorgende in de individuele gezondheidszorg (VIG’er)

https://wetten.overheid.nl/BWBR0006251/2017-08-01#HoofdstukV

Kort samengevat: Bewegingstherapie is een parapluterm en daaronder vallen verschillende behandelingsmethodieken. Zoals je kon lezen behoort bewegingstherapie niet tot een wettelijk beschermd beroep; het is immers geen beroep. En daarom is het wettelijk toegestaan voor ieder die zich bezighoudt met gezondheidsbevordering en beweging zichzelf een bewegingstherapeut te noemen. Hier mee heb ik vraag nummer één beantwoord of te wel; Wat is wettelijk toegestaan als het gaat om de titel bewegingstherapie?

2: Behoort bewegingsagogie tot bewegingsgeoriënteerde therapieën of behoort bewegingstherapie tot de bewegingsagogische strategieën ?

Dat is een lastige vraag aangezien beide termen  paraplutermen zijn. Want bewegingsagogie is een verzameling van bewegingsagogische strategieën die gebaseerd zijn op zowel substantiële visie (fysiologisch) als relationele visie (zinvolgedrag) op bewegen. Vanuit deze visies is de deelnemer in staat om verschillende betekenissen aan het bewegen toe te kennen. De volgende Vakconcepten worden binnen de bewegingsagogie gehanteerd.

  1. Biologisch georiënteerd vakconcept (substantieel van aard). Door middel van Trainingswetmatigheden het leren benutten van de motorische mogelijkheden en het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van de eigen gezondheid staan centraal.
  2. Vormingstheoretisch vakconcept (relationeel van aard). Door middel van beweging je zelf en je omgeving opnieuw leren kennen of juist ontdekken. De explorerende betekenis van beweging met het accent op de mogelijkheden heeft als effect een positief zelfbeeld.
  3. Personalistisch vakconcept (relationeel van aard) Doormiddel van beweging competenties aanleren en trainen waarbij de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer centraal staat. Zowel op motorisch, sociaal als cognitief gebied.
  4. Sportgericht vakconcept (Substantieel van aard). Hier geldt het normaliseren van beweging in haar sportvorm. De deelnemer coachen om opnieuw de aansluiting op het reguliere sportaanbod te vinden staat centraal.
  5. Kritisch constructief vakconcept (relationeel van aard) Door middel van beweegsituaties een beroep doen op de creatieve geest van de deelnemers. Het ontdekken van je eigenaardigheid (beïnvloedingscirkel) en het waarborgen van de autonomie van de deelnemers staan centraal.

Deze Vakconcepten zijn de basis van de 6 Bewegingsagogische strategieën of te wel:

  1. Primaire activering: Dit houdt in het in gang zetten (activeren) van de (eerste) ontstane zintuigen (Primaire) zoals het ruiken, het gehoor, gezicht, smaak, tast, evenwicht en proprioceptie.
  2. Bewegingsactivering: De groep weer op ontdekkingsreis krijgen, het ontdekken van de omgeving, eigenschappen, zichzelf en anderen. Het gaat specifiek om inactieve deelnemers.
  3. Bewegingsonderwijs: Gaat om het ontwikkelen van bewegingsmogelijkheden. Doelgerichte beïnvloeding bij het aanleren van bewegingsvaardigheden en sociaal – emotionele competenties.
  4. Bewegingsrecreatie: Alle sport- en bewegingsvormen waarbij het gaat om spelplezier, sociaal contact zonder regels.
  5. Aangepaste sporten: sport is een verbijzondering van spel, niet meer spreken van gehandicaptensport, maar van aangepaste sport. Of te wel sport speciaal ontwikkeld voor een specifieke doelgroep en normaliseren.
  6. Psychomotorische therapie: is een ervaringsgerichte therapievorm.

We kunnen ook gebruik maken van het ordeningsprincipe dat door van Hattum, van Houten en Hutschemaekers (2007) is beschreven in het boek “In beweging – de ontwikkeling van producten voor psychomotorische therapie”. Het ordeningsprincipe dat zij hebben ontworpen, bestaat uit vijf prototypische werkvormen. Elke werkvorm heeft daarbij zijn eigen karakter, welke wordt vormgegeven door de keuze van activiteiten en interventies. Onderstaand worden de vijf werkvormen kort toegelicht:

  1. Steunend: er wordt gestreefd naar een situatie van ontspanning, veiligheid en handhaving van het evenwicht. Het tot rust laten komen van de cliënt, staat centraal.
  2. Pragmatisch-structurerend: het herstellen van het evenwicht staat centraal, maar ook het beperken van gevolgen van de problematiek komt aan bod. Er worden meerdere technieken ingezet gedurende de behandeling en er wordt rekening gehouden met de beperkte tijd en mogelijkheden van de cliënt.
  3. Directief-klachtgericht: klachtenreductie staat op de voorgrond. Vaak wordt er gewerkt met (kortdurende) protocollen.
  4. Focaal-inzichtgevend: inzicht en verwerking van een specifiek probleem zijn de belangrijkste aspecten binnen de behandeling.
  5. Inzichtgevend-plus: de cliënt bepaalt zelf de thema’s die aan bod komen en het tempo waarin dit gebeurt. Het doel is dat er inzicht ontstaat in de aard en oorzaken van de problematiek en dat er geleidelijk aan een verandering in de persoonlijkheid optreedt.

Wat is dan de relatie tussen bewegingsagogische strategieën en bewegingsgeoriënteerd therapieën?

Zoals ik eerder beschreef is bewegingstherapie een parapluterm voor bewegingsgeoriënteerde therapieën. En daarmee  wordt getracht door middel van bewegingsactiviteiten de handelingscompetentie te vergroten en oplossingsstrategieën aan te leren en/of te vergroten. Dit is tevens een term die ontstaan is rond de jaren 60, Sterker nog; toen werd de huidige Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie (NVPMT) nog de Nederlandse Vereniging voor Bewegingstherapie genoemd. Echter door beïnvloeding van ideeën uit de psychotherapie is men gaan spreken van Integratieve Bewegingstherapie en door de verwarring over de naamgeving met bewegingstherapie als onderdeel van fysiotherapie, verandert in 1975 officieel de naam in psychomotorische therapie (Krol en Van Roozendaal, 1975).

Het is allemaal begonnen met lichaamsbeweging als een behandeling voor mensen met een psychiatrische achtergrond (Probst en Bosscher, 2001). Vervolgens heeft de Duitse psychiater Simon  als eerst  de “actieve” therapie beschreven die navolging kreeg in Nederland (De Lange, 1998). Wat uiteindelijk bewegingstherapie als naam kreeg. Voor heen had je ook de heilgymnastiek, die tot de jaren 1960 werd beoefend door een heilgymnast.

Conclusie bewegingstherapie is niets anders dan verschillende methoden van verschillende disciplines met het oog op het vergroten van handelingscompetenties van het lichaamsapparaat middels lichaamsbeweging en het aanleren en of vergroten van oplossingsstrategieën. En zoals je kon lezen binnen de bewegingsagogische strategieën is dit een terugkerende thema.

3:Hoe verantwoorden we bewegingstherapie binnen de bewegingsagogie op MBO niveau?

Dit doen we ten eerste door zelfreflectie oftewel ons zelf de volgende vragen te stellen:

Maken wij expliciet gebruik van bewegingstherapie? Ja

Is dat een onderdeel van de opleiding? Ja

Zijn wij bewegingstherapeuten ? Nee ? waarom eigenlijk niet ? Simpelweg we hebben geen tools om contra-indicaties vast te stellen met alle gevolgen van dien.

Conclusie de bewegingsagoog op MBO- niveau creëert een therapeutisch (leef)klimaat binnen de groepsgerichte en individuele behandeling bij indicatie Ex-agogiek. Dit betekent dat de bewegingsagoog vakbekwaam is op het gebied van contra-indicaties maar geen tools heeft om contra-indicaties vast te stellen en daarvoor heb je disciplines die expliciet bewegingstherapie eigen hebben gemaakt en ontwikkeld hebben en evidence based handelen. Met andere woorden; de bewegingsagoog mag alleen in het geval van samenwerking of op indicatie van een arts, fysiotherapeut of psychomotorische therapeut van bewegingstherapie spreken. Een andere kanttekening is het volgende, de fysiotherapeut, psychomotorisch therapeut ergotherapeut etc. mogen hun therapeutische deskundigheid alleen toepassen in het geval van verwijzing van uit een arts. Met andere woorden er moet sprake zijn van pathologie of complexe problematiek bij een bepaalde stoornis en of ziekte. Ook zijn deze therapeuten verplicht om hun therapie op een gegeven moment te beëindigen en op dat moment kunnen we aangeven dat bewegingstherapie niet meer de hoofddoelstelling is.

Geraadpleegde bronnen:

(Bewegingsagoog SB 4, 2009)

(De sportleider als traier-coach , 2008)

(Betekenis van bewegen in de revalidatie, 1997)

(Luuk Sietsma 25  Bewegingstherapie ‘ op de (CALO)(

(Hattum, van Houten en Hutschemaekers (2007) is beschreven in het boek “In beweging

https://wetten.overheid.nl/BWBR0006251/2017-08-01#HoofdstukV

https://www.nvpmt.nl/?page=62004

Zie ook recente artikelen

Voedingsadvies geven, voedingseducatie verzorgen of beide?

Training en Parkinson: implicaties van motorisch leren